Een gebruiker van het park

‘Wij zijn geen hangjongeren. Wij zijn parkgebruikers.’ Een groep van zeven jongens belt bij ons aan. Aanleiding van het bezoek is een artikel in het buurtkrantje van Stadstuinen. Daarin staat dat hangjongeren veel overlast bezorgen. Een paar bewoners van de Kop van Zuid spannen zich in om een bord met regels van het park op te stellen. Binnenkort zal dit plakkaat op het Witteveenplein worden opgehangen.

Mij treft iedere keer dit geloof in het maken van borden met regels. Wie gelooft nu dat de aanwezigheid van borden met ‘vijf van de wijk’, of andere lijstjes met spelregels iets aan de werkelijkheid zal veranderen? Zou een drugsdealer voortaan sidderend voor het plakkaat staan en denken: ojee, nu deze regels hier hangen, moet ik maken dat ik wegkom? Het enige wat werkt is ontmoeting, met daarin de wil om elkaar te begrijpen. Als we elkaar kennen, kunnen we elkaar aanspreken op vervelend gedrag of op andere dingen. Zolang we via borden met regels communiceren, blijft de ontmoeting uit en ligt escalatie voor de hand.

Deze jongeren die bij me aan de deur staan hebben het artikel in de wijkkrant gelezen. Ze zijn over gegaan tot actie. De tieners, overwegend met Turkse roots, gaan van deur tot deur. Ze bellen aan en bieden ieder huishouden een bloemetje aan. Ze denken groots: ze hebben een bloemenrek bij zich dat regelrecht van de bloemenveiling lijkt te komen. Genoeg bloemen voor de hele buurt in ieder geval. ‘Wij zijn geen hangjongeren. Door u een bloemetje aan te bieden willen we met u in gesprek komen.’ De jongen kijkt even om. Een volwassen man die ook deel uitmaakt van het groepje, knikt hem bemoedigend toe. ‘Wij gebruiken het park, net als de andere mensen die rondom het Witteveenplein wonen. Wij vinden het heel vervelend dat wij iedere keer als hangjongeren worden bestempeld.’

Wow. Deze jongen van 16 weet waarschijnlijk niet dat framing een techniek in de communicatie is waarbij de zender van de boodschap een nieuw denkraam creëert waardoor andere associaties worden opgeroepen. Deze jongen kan het handboek Framing gerust in de kast laten staan. Hij is een natuurtalent. Vanaf nu is hij geen jongen die overlast verzorgt maar een gebruiker van het park. Net als wij allemaal.

Leefbaar Rotterdam

Gedoe in Limburg, raadsleden die opstappen, Hero Brinkman die uit de fractie stapt: de PVV begint op steeds meer plekken scheuren te vertonen. Associaties met de LPF dringen zich op. De Lijst Pim Fortuyn begon vol bravoure en daadkracht. Niet lang na de moord op Pim Fortuyn rolden de leden van de nieuwe fractie openlijk met elkaar over straat. Elke week gebeurde er wel iets ongelooflijk dramatisch met eindeloos veel afsplitsingen en eenmansfracties. Andere nieuwkomers in de Tweede Kamer ging het niet beter af. Ook bij het Algemeen Ouderen Verbond was er regelmatig ruzie, leidend tot breuken en afsplitsingen. Het is kennelijk niet gemakkelijk om discipline en eensgezindheid binnen een nieuwe politieke partij te bewaken.

Vergeleken met andere nieuwkomers is de huidige stabiliteit van Leefbaar Rotterdam opvallend. Natuurlijk, het begon in 2002 op de eerste dag na de verkiezing meteen al met een afsplitsing. Later zouden nog 4 leden vertrekken en er was ook nog gedoe met wethouder Rabella de Faria. Maar dat is tien jaar geleden.

Sinds de verkiezingen van 2006 en 2010 is het rustig bij Leefbaar Rotterdam. Er zijn geen leden die een eenmansfractie beginnen, de Michiel Smitsen die neo-nazistische taal uitslaan zijn uit de partij verwijderd.

Het is even wennen maar LR gaat steeds meer op een gewone, volwassen politieke partij lijken. Dat beeld wordt bevestigd door de carrierestap van Marco Pastors. Ooit was hij een outcast in het Rotterdamse politieke landschap. Nu heeft hij zoveel aanzien en waardering verworven dat hij is uitgekozen voor de prestigieuze positie ‘directeur kwaliteitssprong Zuid.’ Het is een kwestie van tijd voor de eerste LR burgemeester benoemd zal worden.

Tien jaar geleden begon LR als een beweging van jonge honden die het bestel zouden opschudden, die alles anders zouden doen, die een einde zouden maken aan de oude politiek. Nu is het een gevestigde partij tussen de andere politieke partijen. Dat is een prestatie van formaat. Maar het is ook een risico. Immers: het bijzondere aan LR was altijd dat zij anders waren dan de anderen. Nu ze stevig verankerd zijn in de Rotterdamse politiek, zal moeten blijken of deze stabiliteit de start van een langdurige politieke beweging is of het begin van het einde.

Queetz of Quatsch

Ik log in op Rotterdam.queetz.com en struikel over woorden als ‘wijkregisseur’; ‘wijkopbouworganen’; ‘bestuurlijke broedplaatsen’ en ‘burgerkracht.’ Ook voor mij als bestuurskundige zijn dit exotische begrippen. Burgerkracht? Waar ben ik beland?

Maurice de Hond is ingehuurd om ons, inwoners van Rotterdam, te betrekken bij de ontwikkeling van een nieuw bestuurlijk model voor de gemeente Rotterdam. De deelgemeenten worden waarschijnlijk afgeschaft in 2014. Hoe de stad precies bestuurd zal worden na afschaffing van de deelgemeenten, is nog niet duidelijk. Via Rotterdam.queetz.com mogen u en ik meedenken en oplossingen aandragen. Dat is een mooi idee: internet is laagdrempelig, iedereen kan op die manier meedoen. Weg met de inspraakavonden onder hel TL-licht in te kleine lokaaltjes met verlaagd plafond waar oude koffie wordt geschonken. Gewoon vanuit je luie stoel meepraten over de toekomst van onze stad. Dat trekt mij wel.

Bij Queetz kan iedereen in een soort Twitter-achtige omgeving in 140 tekens suggesties aandragen voor een beter bestuur van de stad. Enkele reacties: ‘Centrale aansturing, verantwoordelijkheid bij uitvoerende cluster. Ogen en oren bij uitvoerende ambtenaren, regie via gebiedsteams => succes’; ‘Deelgemeentedirecties die het beleid uitvoeren, klankbord bewoners.’ Zo gaat het nog even door. Zelden heb ik zoveel jargon bij elkaar gezien. Volgens mij zijn het vooral bestuurskundigen van de Erasmus Universiteit en beleidsambtenaren van de gemeente Rotterdam die reageren. Wie anders kan zulke zinnen breien?

Het idee om de hele bevolking te betrekken bij de toekomst van Rotterdam is fantastisch, maar het is logisch dat vooral ingewijden reageren op dit forum. Een timmerman kent de basisprincipes van sterke verbindingen tussen horizontale en verticale planken; een dakdekker kent alle varianten daken en weet wanneer hij welk materiaal moet gebruiken; een kapper weet welk model kapsel bij welk vorm van het hoofd past. Timmerman, dakdekker, kapster: het zijn vakmensen. Het ontwerpen van een bestuurlijk model vraagt ook om mensen die hun vak verstaan. Onderzoekers bestuderen bestuurlijke varianten uit Zweden, Marokko en de Verenigde Staten en weten wat wel en niet werkt onder welke condities. Misschien overschat ik mijn vak van bestuurskundige en misschien onderschat ik de wijsheid en interesse van Rotterdamse inwoners voor bestuurlijke modellen. Ik hoop van harte dat ik ongelijk krijg en dat Queetz meer dan bestuurlijke Quatsch zal blijken.

Medemensen

Hoge nood in de HEMA. Mijn dochter en ik zijn in het filiaal op de Laan op Zuid. Bij het personeel, allemaal meisjes van rond de zeventien, vraag ik of mijn dochter even naar de wc kan. ‘We hebben helaas geen klanten-toilet. U kunt het bij het café aan de overkant proberen.’ Chagrijnig verlaat ik het filiaal. Bij de Albert Heijn mag je tussen de broodafdeling door, als kinderen nodig moeten. Ik begrijp het niet. Hoe kun je nu niet zien hoe ellendig een meisje is onder haar op springen staande blaas? Met een kleine moeite van de winkeljuffrouw hadden wij een groot plezier beleefd. En zij hadden vast weer een vol winkelmandje kunnen afrekenen, want zo gaat het altijd bij bezoekjes aan de Hema. Je komt voor doosje wattenstaafjes, en je verlaat de zaak met 200 euro aan boodschappen.

Later deze week volgt een herkansing voor De Medemens. Op een mooie lentedag wandel ik met ons gezin in het Bergse Bos. Man en zoon splitsen zich af van moeder en dochter. Tot zo in het restaurant bij de parkeerplaats! Nu is een postzegeltje natuur voor mij al voldoende om te verdwalen, laat staan zo’n groot natuurgebied. We wandelen en wandelen. We lopen nog een beetje verder. We gaan terug. ‘Was het nu dit bruggetje waar we overheen kwamen?’ vraag ik aan mijn dochter. Ik ben zonder mobiele telefoon –met navigatie- en dus ben ik alweer aangewezen op de vriendelijkheid van anderen. Behulpzame wandelaars wijzen ons de weg, maar na een wandeling van alweer een kwartier blijkt dat ze ons naar de verkeerde parkeerplaats met het verkeerde restaurant gestuurd hebben. We zijn al zo lang aan het zoeken dat mijn man en zoon zich vast zorgen zitten te maken.

Ik loop naar de bar en vertel de uitbater dat we verdwaald zijn. Weet hij nog een ander restaurant, bij een andere parkeerplaats? De man van de Hoekse Hout kijkt me nors aan en zwijgt. Uiteindelijk zegt hij: ‘Het is niet mijn gewoonte.’ Ik vraag hem wat niet zijn gewoonte is. ‘Om klanten naar de concurrent te sturen.’  Man, je stuurt geen klanten naar de concurrent, je helpt een moeder en dochter die verdwaald zijn.

Voorlopig heb ik even genoeg van De Medemens.

Zonder papieren in Rotterdam

Ik ken heel veel mensen. Onder hen zijn gelukkige en ongelukkige mensen, slimme en domme, rijke en arme, dikke en dunne, jonge en oude. Maar nooit eerder kwam ik mensen zonder verblijfsvergunning tegen. Afgelopen woensdag nam wethouder Florijn het boekje ‘Zonder papieren maar niet zonder rechten. Basisrechten van mensen zonder papieren in Rotterdam’ in ontvangst. Dit boekje maakte me nieuwsgierig. Hoe leven en overleven de naar schatting 10.000 illegalen in Rotterdam, zonder inkomen, zonder woning? Stichting Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS) nodigde me uit.

In een sober zaaltje aan de Rechthuislaan op Katendrecht zitten drie medewerkers van de stichting achter een lange tafel klaar voor het spreekuur. Een man uit Burundi vertelt. Aan hem is asiel voor bepaalde tijd verleend want in Burundi woedde een oorlog. De man woonde en werkte jaren legaal in Nederland. Het tijdelijk asiel is nu ingetrokken omdat Burundi weer veilig is verklaard. De man moet terug. In gebrekkig Nederlands vertelt hij dat hij daar gevaar loopt. Er is een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd. Theo Miltenburg belt de advocaat van de man. Geduldig legt Miltenburg, met gebaren en Franse uitdrukkingen, het verhaal van de advocaat uit. Een nieuwe asielaanvraag is kansrijk met de nieuwe documenten in zijn dossier. Als hij het gesprek afrondt, blijft de man zitten. Hij is dakloos en heeft geen geld. Even dreigend als wanhopig zegt hij: ‘Jij moet mij helpen.’ Hij wil geld en onderdak, net als de andere bezoekers van het spreekuur. Dat kan stichting ROS niet bieden. Wel advies en contacten.

Zo volgen in twee uur nog 15 levensverhalen van mensen zonder papieren. Moeders met kinderen die naar de dokter moeten; een psychotische man die zonder medicijnen een gevaar is voor zichzelf en voor zijn omgeving; een moeder, zelf zwaar suikerpatiënt, wier kind is zoekgeraakt in de vlucht uit Guinee; een uitgeprocedeerde Iraniër die verschrikkelijke dingen in de gevangenis heeft meegemaakt en niet terug durft. Via de stichting kunnen ze een dokter bezoeken en krijgen ze gratis medicijnen. Aan ouders met kinderen wordt soms tijdelijk onderdak verleend.

Misschien moet de wethouder een keer meedraaien met het spreekuur. Die twee uur hebben mij laten voelen dat het niet gaat over 10.000 illegalen, maar over 10.000 moeders, buurmannen, kinderen -ieder met zijn eigen levensverhaal.

Occupy Rotterdam is failliet

Occupy Wall Street begon in september 2011 als een belofte. De nieuwe hippies protesteerden tegen de rol die banken hadden gespeeld in de financiële crisis, tegen banken die het democratische proces in de weg zitten en tegen de rijkste 1% van de wereld die de toekomst van de hele planeet bepalen. Er zat energie in de beweging die uit allerlei gezindten en leeftijden bestond. Hier gebeurde iets. De oprechte verontwaardiging was af te lezen op de gezichten van twintigers, van oude mannen, van studenten, van strijdbare dames op leeftijd, van ambtenaren, van jonge ouders. Occupy was een afspiegeling van de samenleving en dat maakte het protest krachtig. Iedereen was de graaiende banken zat.

Na New York volgden wereldwijd 1.500 steden met Occupy demonstraties. In oktober 2011 startte Occupy Rotterdam. Al snel stonden er vier tenten op het Beursplein. Er waren activiteiten en demonstraties. De tenten hielden stand in de vrieskou en de sneeuw. Op dat moment wezen alle neuzen nog in dezelfde richting. Steeds meer bankiers hadden spijt, politici wilden het financiële systeem aanpakken, huishoudens waren boos. Occupy kon rekenen op sympathie van de media. Als Occupy dit momentum zou kunnen grijpen, zou misschien wel een doorbraak kunnen volgen.

Nu, vijf maanden later, is er nog maar een tent over in Rotterdam. Het handjevol demonstranten kan op weinig steun rekenen van het winkelend publiek. ‘Gratis kamperen’; ‘Werkschuw tuig’, ‘Hoezo Occupy? Het enige wat jij occupiet is een uitkering’, zijn enkele van de reacties die ik hoorde toen ik langs het tentenkampje liep.

Iedereen ziet het, alleen de Occupiers zelf schijnen nog niet te beseffen dat hun momentum is vervlogen.  De demonstratie krijgt steeds meer trekken van een outdoor showroom van een handelaar in partytenten. Behalve de enkele demonstrant die in die ene tent slaapt, is er verder niemand die denkt dat je door een half jaar parttime kamperen op het Beursplein het financiële systeem zult veranderen. Van een breed gedragen beweging is Occupy inmiddels versmald tot de dagbesteding van een paar hobby-demonstranten. Aboutaleb heeft dat prima aangevoeld. Hij heeft Occupy de ruimte gegeven, maar nu is het genoeg. Als de demonstranten een verandering willen bewerkstelligen, zullen ze een nieuwe vorm van protest moeten ontwikkelen. De permanente tentexpositie werkt in ieder geval niet meer.

Topklasse dromen maar Oost-Europese realiteit

Rotterdam is niet zomaar een stad. De ambities spatten eraf. Afgelopen weken ontvingen we allemaal het stembiljet voor stadsinitiatieven. Welk plan ook wordt gerealiseerd: Rotterdam gaat iets doen wat zelden is vertoond. De aspiraties reiken verder. We willen een CO2 neutrale stad zijn. Bovendien wil onze burgemeester de Olympische spelen in 2028 naar Rotterdam halen.

Het streven van de stad betreft niet louter vage plannen. Loop maar eens over de Wilhelminapier. Dat is een schiereiland vol gestolde ambitie. Wat een prachtige nieuwe brug naar Katendrecht. Momenteel worden de ramen bevestigd in De Rotterdam, de spectaculaire wolkenkrabber van Rem Koolhaas.

Het meest ambitieus is misschien nog wel onze wethouder van onderwijs. Rotterdam scoort nu nog onder het landelijk gemiddelde met de leerprestaties van de kinderen op de basisschool. Ook kennen we een hogere schooluitval in het middelbaar onderwijs dan de rest van Nederland. Hugo de Jonge zet zich in om komende jaren de onderwijsprestaties van de Rotterdamse schoolkinderen te verhogen. Daartoe heeft hij het Topklassearrangement in het leven geroepen. ‘Het Topklassenarrangement is erop gericht de scholen hun kwaliteit van het onderwijs verder te laten verhogen.’

Nog high van al die ambities en trots op onze wereldstad loop ik even binnen bij mijn dochter op basisschool. Haar klas is in een aftands gebouw gehuisvest op nog geen kilometer afstand van de wolkenkrabber van Koolhaas. Haar schoolgebouw is een voormalig kantoorgebouw dat leegstond en nu, met minimale aanpassingen, dienst moet doen als basisschool. De verf is afgebladderd, kapotte zonneweringen wapperen in de wind, de vloerbedekking is versleten en vol vlekken. Binnen grijpt een rioollucht me naar de keel. In de school heerst een Oost-Europees binnenklimaat: het is of bloedje heet, of steenkoud. Ramen kunnen niet worden geopend. De airco werkt allang niet meer, maar geluid maakt hij als de beste. De juf moet harder spreken om boven het continue geruis uit te komen. Zou Hugo de Jonge dit bedoelen met Topklassearrangement?

Ik wil helemaal niet cynisch zijn. Ik ben graag een inwoner van Rotterdam die reikhalzend naar de toekomst onze stad uitkijkt. Maar zolang we er niet in slagen om onze kinderen in een enigszins fatsoenlijk schoolgebouw te huisvesten, klinken al te grote ambities me een beetje wrang in de oren.

Fela

Ik ben er inmiddels achter. Kinderhaters laten zich misschien nog wel een verhaal over fantastische kindertalenten of -prestaties aanleunen, maar bij honden is dat heel anders. Mensen die vroeger zelf een huisdier hebben gehad, zijn nog wel genegen te luisteren. Zij die zelf een hond bezitten, willen zelfs alles van je weten en toveren foto's uit portemonnees en telefoons van hun eigen huisdier. Maar indien je die link met huisdieren mist, wil je er gewoon niets van weten.

Speciaal voor andere hondenbezitters een foto van mijn hond in actie. En voor die andere mensen: jullie weten niet wat je mist. Wat een souplesse, kracht, snelheid. En dat allemal in een hondje. Mijn hondje.

Columns
AD RotterdamsDagblad.
> lees verder
Loutermail:
louterlog@gmail.com
Feeds:
atom/rss