De tranen van Rem

Hoe vrolijk ik ook ben, winkelcentrum Zuidplein blijkt altijd in staat me te deprimeren. Maar vandaag zal alles anders zijn. Ik ga naar de winkel van de kunstenaar Erik van Lieshout. Agelopen maanden heeft hij in een leeg pand, tussen tasjewinkels en witgoedzaken, gewerkt aan een installatie die wat wegheeft van een winkel. Buurtbewoners, bezoekers en het winkelend publiek konden binnenlopen. De kunstnaar maakt van die ontmoetingen een film die later te zien zal zijn.

Op weg naar de kunstwinkel raak ik beklemd in een draideur, waar een piepjonge vader zijn peuter over de grond schopt. Het jongetje valt tegen de deur, waardoor deze stopt met draaien. Mensen kijken met open mond. Alleen een Antilliaanse bejaarde vrouw wijst de vader terecht. 'Maar hij luistert nooit!' roept de vader wanhopig. Zo sta ik in een compartimentje van de draaideur met links van mij een man die een frietje eet, en achter mij een man die hoorbaar geniet van zijn kebab. In ieder geval een andere ontvangst dan de steriele entree van galerie of museum.

De kunstwinkel ligt vol gevonden voorwerpen, die systematisch zijn uitgestald: schroefjes, haakjes, grendels en tl-buizen. Aan de wanden hangen enorme posters van 'de drie goden van Rotterdam', zegt een kunstenares die vandaag op de winkel past. 'Pim Fortuyn, Rem Koolhaas, enneh...die naam vergeet ik altijd', zegt ze verontschuldigend als ze op het portret van Aboutaleb wijst. Rem Koolhaas huilt, al weten we niet precies waarom. 'Misschien omdat hij alleen maar de Kunsthal in Rotterdam heeft mogen bouwen, terwijl hij in het buitenland wordt gelauwerd', denkt een bejaarde bezoeker. De tranen van Rem vloeien via gootjes en buizen langs modder en planten door de hele winkel, om uit te komen in een bak met goudvissen. Zou Rem niet huilen om de architectuur van Zuidplein? Misschien gaat de film van Van Lieshout het ons vertellen. Ik ben benieuwd.

Rotterdams Winkelmuseum

Een pakketbezorger van UPS belde aan. Mijn hart maakte een sprongetje; zouden mijn coole oranje schoenen uit Spanje worden bezorgd, het kekke groene jackie of misschien die DVDverzameldoos van Ischa Meijer? Dat waren, uit mijn hoofd, de lopende internetbestellingen.

Helaas. Het was een pakketje voor de buren. Later die dag werd er nog eens gebeld. Een lange, discreet-bruine doos was gericht aan mijn man. Hoe ik ook speurde naar een afzender en de doos maar eens rammelde, ik kwam er pas 's avonds achter wat het pakje bevatte -een nieuw CD-opbergsysteem. Wat ik wil zeggen: ik bezoek nauwelijks nog een winkel. Computers, muziek, kindercadeaus, boeken, wandtegels, koffiezetapparaten, kleding, fietsonderdelen: alles gaat via internet.

Wat betekent het voor het Rotterdamse centrum als iedereen vrijwel alles via webwinkels koopt? Winkeliers willen er niet meer zitten. Waarom zou je een pand op een dure A-locatie huren als je met een goedkoop magazijn en een goeie website veel meer verkoopt? En klanten komen niet meer om te winkelen naar de stad. Wat te doen met al die leegstaande winkels?

Het Openluchtmuseum heeft onlangs het interieur van een ouderwets Chinees restaurant gekocht. De Chinees met aquarium en leesmaphoek dreigt te verdwijnen en zo blijft de herinnering bewaard. Welnu. Op dezelfde manier maken we van het Rotterdamse stadshart een groot winkelmuseum. Zodat toekomstige generaties kunnen kijken hoe dat vroeger ging, spullen aanschaffen. 'Moest je dat dan helemaal zelf mee naar huis slepen? Stond je dan in een rij voor een pashokje? Nee, dit is een grapje, moest je echt op je beurt wachten om te mogen betalen?' In het Boijmans hangt ook wel een dubbele Salvador Dali en Toorop, dus er mogen ook best twee HEMAs, Blokkers en MGH2Os in het museum zijn. Het Rotterdams winkelmuseum wordt een topattractie in de komende decennia.

Of serieus: wat gaan we met dat onvermijdelijke doffe stadshart van lege winkels doen?

Homo-ontmoetingsplaatsen

Heeft u ze gezien, de nieuwe paaltjes in het Kralingse Bos? Op de bovenkant is een regenboog geschilderd, en daarop zijn vier voetjes afgebeeld. Ze markeren de plek in het Kralingse Bos waar homo's in de openlucht seks mogen hebben.

Homo-ontmoetingsplaatsen zijn gemeengoed in Nederland. Mannen zoeken elkaar in bossen en parken op om seks te hebben, en dan kun je het maar beter goed regelen zodat de hitsige homo, maar ook de zondagswandelaar of de joggende tiener weet waar hij aan toe is. Daar is wat voor te zeggen en zo zijn de ontmoetingsplaatsen instituutjes geworden, met regels, borden en regenboogpaaltjes.

Toch blijft het raar. Voor iedereen is het verboden om seks te hebben in de openbare ruimte. Kennelijk vindt een meerderheid het onprettig om ongewild getuige te zijn van andermans vrijpartij. Daarom hebben we verzonnen dat seks niet thuishoort in de publieke ruimte. Dat geldt voor iedereen, behalve dus voor homo's.

Waarom wordt er eigenlijk alleen voor homo's een uitzondering gemaakt? Waarom plaatst de gemeente geen zwarte paaltjes met vier voetjes voor gothics die seks willen hebben bij de derde volle maan; gele paaltjes voor wielerfans; groene paaltjes voor de ecofreaks die op zoek zijn naar een buitenechtelijk avontuur en grijze paaltjes voor bejaardenseks? Voor elk wat wils. Maar nee, uitsluitend aan homo's wordt toegestaan dat ze hun lusten mogen vieren in de publieke ruimte.

Waarom is dat nu? Sommige homo's zijn getrouwd met een vrouw en moeten deze contacten in het geheim zoeken, vertelde een vriend (homo) mij. Duh. Dat geldt toch ook voor de mannen en vrouwen die overspel plegen? En voor tieners die geen toestemming van vader en moeder hebben voor de liefde van hun keuze? Deze zoekers naar clandestiene lust hebben toch ook niet een met paaltjes gemarkeerde vrijplaats in het Kralingse Bos?

Het blijft raadselachtig, die volstrekt aanvaarde en bijna vanzelfsprekende uitzonderingspositie van homo's.

Zomer top drie van Rotterdam

Na een zomervakantie van zes weken met twee schoolgaande kinderen leer je Rotterdam nog beter kennen. Vandaag mijn top drie van de beste ontdekkingen van deze zomer. Op de derde plaats staat natuurspeeltuin de Speeldernis. Achter Blijdorp, zo'n beetje tussen de moskee en de gevangenis, ligt een stuk grond met brandnetels, waterpartijtjes, stenen, stokken en modder. Heel veel modder. Kinderen gaan pieren in het water, bouwen dammetjes en varen op vlotten. Er waren oma's die geheel in het wit gekleed waren, maar dat is dus een slecht idee. De kinderen worden vies-viezer-viest en jij blijft ook niet schoon. Maar leuk is het.

'Duizel in het park' is een goede tweede. Het is een tweedaags festival met het motto: 'Kunst en verhalen die je laten duizelen in het Vroesenpark.' Er waren dichters en schrijvers, theatervoorstellingen, kinderen konden hutten bouwen en knutselen. Het idee was dat er gepicknickt zou worden op kleden van enorme omvang, maar na drie hoosbuien waren de picknickkleden veranderd in zompige vierkanten. Ik bezocht een sessie met schrijfster Elke Geurts die voorlas uit eigen werk. Aanvankelijk miezerde het, maar al snel werden het grote lauwe stralen, alsof boven ons complete emmers geleegd werden. De toehoorders lieten zich niet wegjagen door een bui. Ze bleven in de stromende regen luisteren. Met dozen, plasticzakken en programmaboekjes improviseerden ze paraplu's. De regen verbroederde.

Op de eerste plaats eindigt de midgetgolfbaan. Die bestaat dus nog! Geen andere attractie neemt me zo terug naar mijn jeugd als minigolf. Er was niets veranderd; de baan met een heuvel, de tweede met een bochtje, en natuurlijk die moeilijke met het netje. De koffie was ook nog dezelfde van 30 jaar geleden maar laat ik niet zeuren over cappuccino. Wat een fijn stil plekje daar, in het park, bijna pal onder de Euromast. De grootste verrassing was dat de kinderen dit, tussen het I-padden, de lasergames, en ander vermaak nog steeds een avontuur vinden.

Omdopen Gabo-beeld is vrekkig en dom plan

'We moeten een punt zetten achter het gastarbeiderschap en laten zien dat we alles willen delen', zei Zeki Baran. Hij is initiatiefnemer van het plan om het ranke hoge beeld van Naum Gabo bij de Bijenkorf om te dopen tot monument voor de gastarbeider.

Wat een onzinnig plan. We geven een bestaand beeld een andere naam, en de voormalige gastarbeiders moeten maar dankbaar zijn. Wat spreekt hieruit? 'Jullie gastarbeiders kunnen toch niet verwachten dat jullie een nieuw beeld krijgen toch, na alles wat wij voor jullie hebben gedaan?' Beter geen gebaar dan zo'n vrekkig gebaar. Nog een argument om tegen te zijn: ooit was het beeld van Gabo progressief en avantgardistisch. Die traditie om beelden van de fronten van de kunst te plaatsten moet Rotterdam  voortzetten.

Maar de belangrijkste reden om voorgoed te zwijgen over dit domme plan is Barans uitspraak: 'Een punt zetten achter het gastarbeiderschap.' Denkt hij dat na de instroom van Turken en Marokkanen in de jaren zeventig zich geen nieuwe gastarbeiders meer vestigen in Rotterdam? Wat te denken van de Polen en Roemenen bijvoorbeeld?

Een tijd terug sprak ik Menno Smit. Die is bekend als 'de wandelende dichter', maar naast zijn dichterschap is hij actief in het jongerenwerk in Schiedam. Het belangrijkste probleem daar? De kinderen van Polen en Roemenen. Net als Turken in de jaren zeventig, wordt net gedaan of ze hier tijdelijk zijn. Ondertussen wordt er niet geïnvesteerd in de kinderen. Ze hangen rond, gaan niet naar school.

Meneer Baran: wat bedoelt u met punt zetten achter het gastarbeiderschap? Er zullen hopelijk altijd buitenlanders naar Rotterdam komen om hier hun toekomstdromen te verwezenlijken. In plaats van loze plichtplegingen, zou er meer geïnvesteerd moeten worden in nieuwe gastarbeiderkinderen. Zodat die over twintig jaar zo'n beeld niet nodig hebben, omdat ze hier winkels, galeries, advocatenkantoren en restaurants zijn begonnen.

Tattoos

Vakantie in het buitenland laat zien wat er zo bijzonder is aan Rotterdam. Onze billen bijvoorbeeld. Noem mij een tweede stad in de wereld waar de billen zo mooi en zacht wiegen als in Rotterdam. We waren in Frankrijk en jee, wat een platte billen daar. Rotterdam billenhoofdstad. Trouwens, zou dat geen alternatief beeldmerk kunnen zijn voor Ben van Berkels Erasmusbrug? Bolle billen als logo van Rotterdam, in plaats van altijd maar weer die Zwaan?

Nog iets waar Rotterdam in uitblinkt: vieze straten. Ik was bijna vergeten dat het kan, straten, kilometers lang, zonder rotzooi (op de Veluwe bijvoorbeeld, of Zwitserland of Zweden).

We zijn bovenal kampioen tatoeages. Op het buitenlandse strand haal je ons er meteen uit: geen land, geen stad waar werkelijk iedereen onder de veertig jaar minstens één tatoeage heeft, of het nu moeders, accountants of Feyenoordfans zijn.

De oudsten onder de beschilderden hebben redelijk bescheiden en traditionele plaatjes op schouderblad, bovenarm of enkel. De moeders met drie kinderen aan hun rokken met getatoeëerd gewei boven hun billen of een roosje op hun enkel; de mannen van eind dertig met een tribal of een Feyenoord logo. Maar hoe jonger de Rotterdammer, hoe moeilijker (en pijnlijker) de tatoeage-plek wordt. Ik zag onlangs een volgetatoeëerde tong en een jukbeen met een draak.

Wat oorbellen voor mannen in mijn generatie waren, zijn tattoos voor iedereen geboren na 1970. Maar er is een verschil. Die mannen van toen haalden gewoon hun ringetje uit hun oorlel, na zekere leeftijd. Hoe zal dat bij deze mannen en vrouwen gaan? Hoe lang zullen zij de elfjes op hun borst, geweien boven de billen, en de naam 'Anja' in hun onderlip nog mooi vinden? En hoe staan de roosjes erbij, na 50 jaar?

Het kan niet anders: tattoos verwijderen gaat big business worden. Ik overweeg een pandje te gaan huren op Katendrecht. Naast Tattoo Bob.

De Rondleiding

Op de heetste dag van het jaar zijn er zo'n dertig mensen naar de RDM loods op de Heijplaat gekomen. Daar is een tentoonstelling van Joep van Lieshout, en vandaag geeft hij zelf de rondleiding.

In de grote hal zijn reusachtige standbeelden en installaties te zien. Een baarmoeder ter grote van een caravan, met ingebouwd bed, douche, ijskast en wc. Een meterslange zaadcel. In de hoek staan drie penissen op een rijtje, als honden die uitgelaten willen worden.

Met glas water in de hand staat van Lieshout voor zijn installatie die biogas uit menselijke uitwerpselen kan maken. Hij vertelt vol vuur over zijn grote, maatschappijkritische ideeën. De bezoekers gaan niet in op zijn denkbeelden. Zij willen vooral weten of de installatie echt werkt, hoe is zijn materiaalkeuze, en is dat kanon op ware grootte gemaakt? Van Lieshout lijkt soms verrast door de aardsheid van de vragen, maar geeft op alles antwoord.

Bij een groot standbeeld van ruiter en paard merkt een man op dat het paard zo levensecht is. Kijk die spieren. Heeft van Lieshout dat zelf gemaakt? Van Lieshout die op zijn 16e al naar de kunstacademie ging en gevraagd wordt voor tentoonstellingen over de hele wereld, zegt bijna verontschuldigend dat hij een opgeleide beeldhouwer is. 'Ik maak installaties en ik kan timmeren, maar ik kan ook beeldhouwen.' En dan, alsof de wereldberoemde kunstenaar ons moet overtuigen: 'Ik kan echt heel goed beeldhouwen.'

'Gefeliciteerd', zegt een bejaarde dame.

Via tafeltjes met zakken waarin delen van skeletten zitten, lopen we naar een manshoge anus. 'Ik kom toch altijd weer bij de stront uit.' Na afloop loopt de bejaarde dame naar van Lieshout toe. Ze kwam helemaal uit Limburg om deze rondleiding in de hitte mee te maken. 'Maar het was de reis meer dan waard. Prachtig meneer van Lieshout. Dankuwel.' Bijna als een verlegen schooljongen neemt de wereldberoemde kunstenaar de complimenten in ontvangst. 

Briljant Plan voor Rotterdamse Festivals

Dit weekend is Rotterdam de hoofdstad van de wereld, twitterde een wielerfan. Zo is het.

Ik vind het mooi om de Erasmusbrug zo in de wereld geadverteerd te zien, hoewel ik niets met wielrennen op heb. Het is toch maar even mijn stad, die daar in Parijs, New York, of Shanghai op de schermen van miljoenen mensen verschijnt. Mijn brug, waar ik dagelijks minimaal tweemaal overheen fiets met mijn kinderzitje. Ik veer op bij de meeste Rotterdamse evenementen -en ik kan het weten want er gaat geen week voorbij dat ik ingesloten ben door de Ladiesrun, scheurende vliegtuigjes, de Marathon of de Havendagen.

Maar ik ben het ook eens met Marcel Möring, die vindt dat de Rotterdamse evenementen en festivals niets bijdragen aan het culturele klimaat van de stad. De Tourcaravan komt, de stad kleurt geel, en een paar dagen herinneren hoogstens de bloembakken langs de Maasboulevard met de wielrenners als cocktailprikkers aan Le Grand Départ.

Möring wil minder festivals, maar dat gaat niet lukken. Als zo'n evenement (de marathon, de havendagen, dunya, zomercarnaval) een paar keer heeft plaatsgevonden, zijn er banen, bureautjes, projectleiders en langdurige sponsorcontracten. Mensen uit hun paleizen jagen kost altijd meer energie dan doorgaan op de ingeslagen weg.

Ik heb een briljant compromisvoorstel dat zowel de Marcel Mörings als de huidige projectleiders en hun bureautjes blij zal maken. De festiviteiten mogen plaatsvinden, op een voorwaarde: ze moeten aantoonbaar en duurzaam bijdragen aan de versterking van het culturele of sportieve klimaat van Rotterdam. Zie het als een nieuwe eis in de vergunning. Zo'n festival of evenement kan bijvoorbeeld kiezen voor een investering in een jeugdopleiding (muziek, kunst, dans, circus) of in breedtesport. Of ze organiseren terugkerende tentoonstellingen of een debatreeks. Alleen als aan die voorwaarde is voldaan, mag het evenement worden georganiseerd. Nou?

Waveboarden

Het leek me echt iets wat ik meteen heel goed zou kunnen: waveboarden. U kent die nieuwe skateboards wel: het plankje bestaat uit twee delen met in het midden een veer. Door heel hard te wiebelen met je heupen kom je vooruit. De rage die skateboarden, surfen en snowboarden integreert, volgens de bijgeleverde dvd waarop heel hippe dudes soepel opstappen om vervolgens van trappen af te skaten, langs trapleuningen af te glijden en pirouettes te draaien.

Op de Kop van Zuid is er geen huishouden dat niet zo'n ding heeft. Aanvankelijk vond ik het te duur om aan mijn kinderen te geven. Het was minstens een cadeau voor Sinterklaas of verjaardag. Maar het moederhart is week en na een paar dagen kwam ik met een nieuw waveboard onder mijn arm thuis.

Mijn dochter stapte erop. Ik moest haar in het begin nog even vasthouden maar al gauw ging ze een blokje om. 'Nu mamma', zei ik. Ik stapte op zoals ik had gezien op de instructie DVD, zette me hard af want 'snelheid is evenwicht.' Ik viel keihard op mijn stuitje en op mijn achterhoofd. 'Je moet er gewoon afspringen. Je moet niet wachten tot je valt', wist mijn dochter.

Na kinderbedtijd ging mijn man naar buiten. 'Even waveboarden.' We oefenden samen op de stoep en hij kon het al na een rondje. We kwamen een ander ouderpaar tegen -ook aan het trainen. Zij had weliswaar bij eerdere pogingen haar ringvinger gebroken, en hij had last van zijn enkel, maar het was te leuk om te stoppen. En wat ook niet te verteren is dat onze kinderen dit beter en sneller kunnen dan wij. Dus stiekem nog even oefenen, nu zij slapen.

Ik voorspel: het duurt niet lang meer of er komen speciale uitvoeringen voor volwassenen. Met calorieteller en bevestigingspunt voor een rollator. Tegen die tijd heb ik het wel onder de knie. 

Ladiesrun

Vroeger zou het joggen heten, de manier waarop ik ren. Maar sinds ik superdempende gympen en een thermoshirt heb aangeschaft, noem ik het hardlopen. Overigens is het verschil tussen mijn professionele outfit en mijn matige prestaties de belangrijkste reden om toch maar even harder te lopen: sloffen in een kloffie kan nog net, maar sjokken op schoenen van meer dan 150 euro wordt bespottelijk.

Afgelopen zondag stonden we, met 5.000 vrouwen op de Erasmusbrug voor de Ladiesrun. In de minuten voorafgaand aan de start leek de brug opeens van elastiek. Ik werd bijna zeeziek van de deining. Ongelooflijk hoeveel speling zo'n massief ding opeens kan vertonen.

Als steunbetuiging aan het goede doel van deze dag, Stichting Pink Ribbon, kleurden we voor één middag de dag roze, met pruiken, jurkjes en T-shirts. Er mogen uitsluitend vrouwen deelnemen, onder het motto 'alles rent, behalve een vent.' Mijn dochter (7 jaar) vroeg waarom mannen niet mochten meedoen. 'Kunnen jullie daar niet van winnen ofzo?' Sommige vragen kunnen beter onbeantwoord blijven.

Het waren geen doorsnee vrouwen die meededen. Ik heb zelden zoveel lopers met lippenstift, oorbellen, I-phones en gesoigneerde kapsels gezien. Ook in opmars: het hardloop rokje. Deze vrouwen liepen niet alleen voor een persoonlijk record, maar ze wilden ook gezien worden. Ik ook trouwens. En daar wil ik het even over hebben.

Omdat er alleen maar vrouwen deelnemen, staan er veel vaders met kinderen op hun schouders langs het parcours. Velen hadden een ieniemienie spandoekje met 'hup mamma' of variaties op dit thema. De moeder in kwestie zal vertederd zijn. Maar het probleem is dat het stikte van zulke stille vaders met bescheiden boodschap. Daar hebben wij als lopers niet zoveel aan. Wij willen opzwepende muziek, we willen dat het publiek scandeert. Waar waren de bandjes, het applaus en de oorverdovende aanmoediging? Hmmm. Bijna een reden om die mannen volgend jaar ook mee te laten rennen.

Columns
Per eind mei verschijnt een wekelijkse column van mij in het AD Rotterdams Dagblad.
> lees verder
Loutermail:
louterlog@gmail.com
Feeds:
atom/rss


Bestellen via Louterlog


Blogroll: